Wat ging al er allemaal aan vooraf? Lees de geschiedenis van DDV

door system  |   28782 views  |   algemeen  |   laatst aangepast 15-4-2013 om 15:21 door

Hoe het begon
Volgens de officiële stukken werd op 26 juni 1904, ten huize van Prof. Mr Josephus Jitta, Keizersgracht 808 te Amsterdam, de Lawntennisclub 'De Derde Vijfjarige' opgericht, afgekort D.D.V. De oprichters waren leerlingen van De Derde Vijfjarige H.B.S. aan de Mauritskade. De eerste voorzitter werd Carel Josephus Jitta en penningmeester werd de heer W.N.M. van der Ham. Overige bestuursleden waren er niet, hetgeen ook niet zo nodig was voor een club met zes leden!

Het initiatief om een tennisclub op te richten, ontstond onder de leden van U.D.I. ( 'Uitspanning Door Inspanning' ), een debating-club, enige maanden eerder door leerlingen van dezelfde H.B.S. opgericht.

Een meer officieel karakter kreeg D.D.V. toen er notulen werden opgemaakt, de eerste dateren van een bestuursvergadering gehouden op 22 december 1907. Een van de belangrijkste punten was de 'ballotage'. Het had vaak heel wat voeten in de aarde voordat een kandidaat-lid zover was dat het 'gevraagd' zou worden.

Allengs bleek het moeilijk als club te 'draaien' met uitsluitend leerlingen van de H.B.S. Dus werden er niet-leerlingen van de Vijfjarige toegelaten en ook de oprichters, die allang de school hadden verlaten, bleven lid. Zodoende kon de oorspronkelijke naam niet meer gehandhaafd worden, maar men hechtte er wel aan de afkorting D.D.V. ter wille van de traditie te behouden.De tekst 'Desidi Deest Valitudo' ('De rustende ontbreekt gezondheid', ofwel in vrije vertaling: 'Rust Roest') werd door de heer J. Admiraal, die destijds Klassieke Talen studeerde, bedacht.

Accommodatie
D.D.V.'s bakermat lag in het Oosterpark. Langzamerhand kreeg de club meer leden en zodoende werd niet alleen de contributie verhoogd tot tien gulden (+ f 2.50 inleggeld), maar ook werd er voor de zondagen een asfaltbaan gehuurd op Schollenbrug. Vanaf dat moment kon men over het eerste werkelijke tennis spreken en kwam de sport daadwerkelijk op de voorgrond.

Behalve op onderlinge wedstrijden, kwamen de D.D.V.-ers ook uit in wedstrijden door 'Festina' en T.O.P. in het Vondelpark georganiseerd. D.D.V. schreef open wedstrijden uit en werd bekend en gezocht, ook door leden van andere verenigingen.

Groei
In 1913 werd voor de woensdag- en vrijdagavond een gravelbaan in het Vondelpark gehuurd. Ondanks de Eerste Wereldoorlog nam het ledental van D.D.V. gestaag toe, terwijl ook de kwaliteit van het spel zich in stijgende lijn bewoog.

Mede door het feit dat sommige leden van D.D.V. belangrijke wedstrijden wonnen, was het moment daar om in de competitie te gaan spelen. Hiervoor waren nodig:

  • de aanwezigheid van, naar het oordeel van de Nederlandsche Lawn Tennis Bond,
    in goede staat verkerende banen.
  • het lidmaatschap van de N.L.T.B.
  • het beschikbaar zijn van voldoende geoefende spelers.

De twee eerste voorwaarden gaven nogal wat moeilijkheden en met vereende kracht begon men de baan op Schollenburg op te knappen scheuren werden gedicht en er kwam een nieuw net. Een toekomstig lidmaatschap van de N.L.T.B. hield ook in dat er een huishoudelijk reglement en een Koninklijke Goedkeuring van de Statuten nodig waren. Maar eindelijk was het dan zover: op 22 september 1917 werd de Koninklijke Goedkeuring verkregen. Wel moest het voltallige bestuur daarvoor eerst langs het politiebureau aan de Stadhouderskade om een getuigenis van fatsoenlijke bedoelingen af te leggen!

Diverse commissies werden ingesteld, een spelreglement werd opgemaakt en er kwam briefpapier en enveloppen met het D.D.V.-logo.
Een 'volwassen' D.D.V. was een feit geworden.

Competitie
In 1917 komt D.D.V. voor het eerst uit in de competitie tweede klasse. En reeds in het eerste competitiejaar wordt de club kampioen van de gehele westelijke tweede klasse, promoveert nog datzelfde jaar naar de eerste klasse en zou zich onafgebroken nog vele, vele jaren in de hoogste klasse handhaven. Een en ander bracht wel met zich mee dat er weer naar uitbreiding gezocht moest worden. Mede in verband met de oorlogsomstandigheden was dit geen gemakkelijke zaak, maar uiteindelijk kreeg men de beschikking over twee gravelbanen bij het stadion.

Voor alle duidelijkheid hier was sprake van het oude stadion, dat als reserve-stadion had gediend en in het voorjaar van 1929 werd afgebroken na de Olympische Spelen van dat jaar. Het bevond zich aan de andere kant van de Amstelveenseweg (thans Stadionplein), tegenover het tegenwoordige 'Olympisch Stadion'. Maar al in 1920 werden twee banen gehuurd op het pas geopende Eilers Tennispark, waar de club bleef tot aan de opening van het tennisstadion in 1929.

Bloei
In 1921 werd besloten een junioren-afdeling op te richten waartoe in 1929 een professionele trainer werd aangesteld. In het lustrumjaar 1924 behaalde D.D.V. voor het eerst sinds haar oprichting het Clubkampioenschap van Nederland en dit heugelijke feit herhaalde zich gedurende de zes opeenvolgende jaren.

1928 zou een belangrijk jaar worden voor D.D.V. De club verhuisde van het Eilers Tennispark naar het gloednieuwe tennisstadion aan de Amstelveenseweg.



28 december 1928,
de eerste paal voor het nieuwe D.D.V.-stadion

Met de ingebruikneming van het imposante tennisstadion begint voor D.D.V. een periode van grote bloei. De club weet zich een vooraanstaande plaats in de Nederlanse tenniswereld te veroveren en in vrijwel alle belangrijke kwesties wordt D.D.V. erkend.

Het bestuur brengt een overeenkomst tot stand met de Noordwijkse Sportvereniging en de M.E.T.S. in Den Haag om gezamelijk grote wedstrijden te organiseren. Als eerste resultaat van die overeenkomst werd de Daviscup-wedstrijd Nederland-Finland aan D.D.V. toegewezen.

In 1930 organiseerde D.D.V. haar eerste toernooi in het nieuwe stadion en ook in dat jaar won D.D.V. weer de clubkampioenschappen van Nederland. In het eerste team speelden toen Mevr. M.Straub-Jansen, Mej. J.Jurrema, W.Dreesman, H.Eilers, J.van der Heide, T.Hughan, en J.van Olst. Later kwam daar H. van Swol bij. De tennisvirtuoos Jan van der Heide werd in 1931 als eerste D.D.V.-er Kampioen van Nederland.



1929 Voortgang van de bouw
met het later omstreden puntdak

Het jubileumjaar 1934 kan misschien als hét hoogtepunt in de geschiedenis van de club beschouwd worden. In de eerste plaats werd het blad 'DDV Nieuws' opgericht, als bijdrage tot de groei en de bloei van onze Vereniging' En nog belangrijker was de organisatie van een internationaal toernooi met deelname van de teams van Queen's-club uit Londen en de Australische en Japanse Daviscup-ploegen. Het werd een daverend succes en er waren op de vier wedstrijden in totaal 7800 toeschouwrs!

Met de N.L.T.B. werd in 1937 overeengekomen dat het D.D.V.-stadion slechts dan in aanmerking zou komen voor officiële wedstrijden, indien het puntige dak (zie foto) van het clubhuis verwijderd zou worden. Dit puntdak wierp in de middaguren een storende schaduw op de middelste baan van het centre-court.

Nadat dit obstakel uit de weg was geruimd, kreeg D.D.V. de Daviscupwedstrijd Nederland-Zuid Afrika toegewezen. En vanaf 1937 tot 1944 werd D.D.V. weer ieder jaar kampioen van Nederland, met uitzondering van 1941, toen de club niet in de competitie uitkwam.

1940 - 1945 betekende een moeilijke periode voor D.D.V. De immer aktieve en zeer gewaardeerde voorzitter Marinus Warendorf trad af, het ledental liep terug, de baanhuren konden niet meer worden opgebracht zodat tot onderhuur moest worden overgegaan.

Na de oorlog maakte de oudere tennisgeneratie, door wie D.D.V. zo beroemd was geworden, plaats voor jongere spelers: bij de dames onder andere Jopie van der Wal en Nel Hermsen en bij de heren in de hoofdklasse L. Krijt, L. Lissauer, G. Holst en J. Volkmaars.

In 1949 verscheen wederom het'DDV Nieuws' dat gedurende de oorlogsjaren niet was uitgekomen.



Stephan Edberg toont 'DDV Nieuws'

Een evenement dat na de oorlog bij D.D.V. erg in de mode kwam, was de 'autorally'. Naar aanleiding van het feit dat het 'DDV Nieuws' een keer voor driekwart gevuld was met autorally-verslagen, informeerde oud-voorzitter Warendorf vanuit New York belangstellend of D.D.V. nog wel een tennisclub was!

Voor wat betreft het ledenaantal was 1954 een topjaar: 600 leden waarvan 212 junioren (vóór de oorlog schommelde het ledenaantal om de 300). Ondanks het ontbreken van echte topspelers, was D.D.V. nog altijd de sterkste club van de hoofdstad en ook de junioren waren destijds de sterkste spelers van het district Amsterdam.

In de decennia daarna waren er zeker hoogtepunten op tennisgebied en bleef D.D.V. in de hoogste competitieklasse, de Eredivisie, actief. Maar na de intreding van het professionele tennis in de jaren zeventig werd eind tachtiger jaren binnen DDV besloten om te stoppen met deze dure vorm van competitietennis en niet langer competitiespelers te betalen in de hoogste teams. Dit betekende dat het accent meer op recreatief tennissen kwam te liggen en de competitieteams op een lager niveau gingen spelen.

De jaren negentig kenmerkten zich door langdurige onzekerheid over een mogelijke verhuizing van ons tennispark. Dit eerst n.a.v. de geplande sloop van het Olympisch Stadion en ons naast gelegen tennisterrein en daarna door de geplande woningbouw op het terrein van ons tennispark.
Uiteindelijk viel de beslissing dat D.D.V. per 2002 verplaatst zou worden naar een nieuwe accommodatie aan het IJsbaanpad (hemelsbreed 500 m verderop aan de zuidwest-kant van het gerenoveerde Olympisch Stadion).
Anticiperend op deze verhuizing kwam het in 2001 tot een fusie tussen de beide bespelers van het oude park (de verenigingen Ready '28 en D.D.V.) om zo na de verhuizing als 1 vereniging door te gaan.

In het voorjaar van 2002 kreeg het nieuwe D.D.V. zodoende de beschikking over een prachtig park met 15 nieuwe gravelbanen én (nieuw voor D.D.V.) allen verlicht. De seizoenen 2002 en 2003 verbleven wij met ons clubhuis in een gezellig houten barak ter overbrugging van het in aanbouw zijnde nieuwe Frans Otten Stadion.
In maart 2004 werd het nieuwe Frans Otten Stadion aan het IJsbaanpad 43 officieel geopend door prominent Richard Krajicek. Een volgend hoogtepunt datzelfde jaar was natuurlijk het 100 jarig bestaan van ALTC D.D.V. op 26 juni 2004. Een fantastisch mijlpaal die gedurende het hele seizoen op grootse wijze werd gevierd met allerlei jubileumfestiviteiten.

D.D.V. groeide verder uit tot een actieve en toegankelijke vereniging voor Amsterdammers uit alle delen van de stad en werd op het gebied van het wedstrijdtennis weer de weg omhoog ingeslagen. Niet door betaald tennis maar met leden die binding hadden met de club en graag voor D.D.V. competitie wilden spelen. Met veel sfeer en een goeie organisatie rondom het wedstrijdtennis trok dit via de D.D.V.-leden weer veel goed tennissende vrienden en vriendinnen aan. Dit alles uitmondend in wederom zelfs een Landskampioenschap van ons 1e damesteam in de Eredivisie in 2011.

Anno 2013 telt D.D.V. zowel kwantitatief als kwalitatief zeker mee in tennisend Nederland met maar liefst 80 competitieteams en op zondag uitkomend in de zondag heren Hoofdklasse en 1e klasse en dames Eredivisie.
Hoogtepunt in 2013 zal zeker worden de 25e editie van het D.D.V. Open Toernooi, met bijna 600 deelnemers in de categorieen 2 t/m 8 een begrip in de regio Amsterdam.

D.D.V. behoort met een kleine 1800 leden (waarvan 350 jeugdleden) tot een van de grootste tennisverenigingen van Nederland en kijkt nu alweer met veel plezier vooruit naar het 110-jarig bestaan in 2014.

 SPONSOR